Skip to main content

Week van Zorg en Welzijn dag 3 column van Lotte

Soms vergeet ik even hoe normaal het als verloskundige is om (letterlijk en figuurlijk) overal je neus in te steken en over allerlei lichamelijke ongemakken te praten. Aambeien zijn het dagelijkse onderwerp van gesprek en wanneer iemand belt met gebroken vliezen is het doodnormaal om te vragen of er even aan geroken kan worden (vruchtwater ruikt namelijk heel typisch zoetig).
Die realisatie kwam bijvoorbeeld afgelopen nacht toen de gynaecoloog in opleiding en ik verwonderd de bijzonder grote placenta aan het uitpluizen waren die zojuist is geboren. Dit dan weer tot verwondering van de kersverse ouders.
Je gêne verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer je je bezig houdt met bloed, placenta’s en baby poep. Daar moest mijn omgeving wel aan wennen. Want wat is nou een betere gelegenheid dan het avondeten om je beleefde avonturen te vertellen? Mijn vader kon, toen ik na 4 jaar bijna was afgestudeerd was, eindelijk gestaag zijn stukje vlees eten als ik weer een uit de doeken deed hoe die placenta er nu precies uit zag. Het gaat af en toe nog mis als mijn moeder uit enthousiasme doorvraagt naar de exacte details (tip voor alle mannen die overwegen een relatie te starten met een verloskundige, of überhaupt iemand uit de zorg: oefen alvast op die sterke maag).
Nu ik dit type realiseer ik mij de mensen aan de andere tafeltjes in het restaurant als ik met verloskundige vriendinnen ergens ga eten. Die zullen wellicht niet altijd optimaal van hun maaltijd hebben genoten…
Vandaar dat we voor ons praktijketentje van zaterdag onze voorzorgsmaatregelen hebben getroffen en halen wij het restaurant gewoon naar huis. Met een chef-kok in de keuken. Nu alleen hopen dat de partners die meekomen genoeg zijn gehard om even smakelijk te eten als wij dat zullen doen.
En voor degene die hadden bedacht zaterdagavond te gaan bevallen, natuurlijk gaat de diensttelefoon gewoon mee!

@Lotte

Menu
Menu
Menu